RUNNING CAMERON VANDENBROUCKE

Cameron Vandenbroucke: “Atletiek is de allermooiste sport ter wereld”

Als dochter van de betreurde Frank Vandenbroucke, als partner van topsprinter Tim Merlier en als cocommentator van de RTBF-wielerpodcast ‘On connait nos classiques’ lijkt het op sportief vlak bij Cameron Vandenbroucke alleen rond wielrennen te draaien. Nochtans is de 26-jarige Henegouwse in de eerste plaats een fervente loopster. En met ambitie, want de voorbije zomer nam ze voor het eerst in tien jaar deel aan een pistewedstrijd. “Ik hoop op een jaar zonder blessures om te kunnen inschatten of ik de Belgische top nog kan bereiken.”

Voor dit interview hebben we op een vrijdagmorgen afgesproken op het provinciedomein De Gavers in Harelbeke. Hoog aan de hemel staat een perfecte regenboog en op het water leven tientallen jongeren zich uit tijdens hun jaarlijkse schoolsportdag. “Ik kom hier graag lopen”, vertelt een ontspannen Vandenbroucke. “Het parcours rond de waterplas is heel mooi. Je hebt hier geen last van auto’s en het is een zacht lopend pad zonder beton. En het is ook een vlak parcours, wat het makkelijker maakt om de kilometertijden te respecteren.”

In zo’n prachtige setting willen we haast spontaan beginnen te lopen voor de fotoshoot, al beslissen we om toch eerst een warme plek op te zoeken voor een gezellige babbel over haar loopervaringen en haar ambities.

Waar komt je passie voor het lopen vandaan?
“Op mijn zesde al ben ik met atletiek begonnen. Mijn‘papi’ (grootvader Jean-Jacques Vandenbroucke, red.) wilde graag dat ik een sport beoefende. Van fietsen hield ik niet zo, want ik had schrik om te vallen. De keuze viel op atletiek, waarin ik me meteen goed voelde. In het begin beoefende ik alle disciplines, maar algauw werd duidelijk dat langere afstandsnummers mijn ding waren. In de jeugdreeksen ben ik meerdere keren Belgisch kampioen geworden, zowel op de piste als in het veld. Bij de jeugd slaagde ik er ook in manches van de CrossCup te winnen. Als tiener hoorde ik bij de top van ons land en er zat zelfs een selectie voor het Europees kampioenschap voor jongeren in. Tijdens de voorbereiding op het EK ben ik op training helaas aangereden door een auto. Het gevolg was een zware enkelbreuk en een forfait voor de kampioenschappen. Een fysieke en mentale klap.”

“Na een ingrijpende operatie aan de enkel volgde een lange revalidatie. Meerdere keren probeerde ik de looptrainingen te hernemen, maar keer op keer raakte ik na een à twee maanden trainen weer geblesseerd. Na vele pogingen, die altijd tot nieuwe blessures leidden, was het genoeg geweest. Ik ben dan overgestapt op het wielrennen, al is dat nooit mijn favoriete sport geworden.”

Je bent samen met Tim Merlier, een van de snelste renners uit het wielerpeloton. Motiveert jou dat om ook zelf te sporten?
“Toen we in het begin samen waren, sportte ik niet meer veel. Als ik dan naar een cyclocross ging om voor hem te supporteren, dan deed me dat sterk terugdenken aan mijn tijd als veldloopster. Op die momenten voelde ik wel het gemis aan competitie: je voorbereiden, je focussen, het afzien én vooral het gevoel om in goede vorm te zijn. Dat Tim nu een topsporter is, maakt geen verschil. Maar het is zeker leuk om samen te zijn met iemand die sport. Je begrijpt elkaar gewoon veel beter. Er is wederzijds begrip en dat motiveert.”

“Samen sporten zit er wel niet meer in. Het gaat hard met de wielercarrière van Tim, waardoor er niet veel tijd overblijft voor recreatieve loopjes. Tim is ook helemaal geen loper. Ik heb hem vroeger zelfs eens uitgelachen met zijn loopstijl. De kans is dus klein dat je ons ooit samen een marathon ziet lopen. Bovendien moet er tegenwoordig altijd iemand thuis zijn om voor Jules te zorgen, dus hebben we een beurtrol opgesteld om te sporten.”

(…)

Heb je soms spijt dat je zelf niet in het wielerpeloton meerijdt?
“Helemaal niet. Ik heb wel een tijdje gekoerst, maar wielrennen is nooit mijn grote liefde geworden. Atletiek is de allermooiste sport ter wereld. Destijds ben ik beginnen te fietsen om in vorm te blijven voor het lopen. Ik won een criterium en in Brussel-Opwijk finishte ik 14de. Dat was veelbelovend, maar toch voelde ik me nooit helemaal thuis. Ik had ook angst om in het peloton te rijden. Wielrennen is zoveel meer dan alleen maar hard kunnen trappen. Je moet veel kennen over de fiets, je moet in een groep kunnen fietsen en dan heb je nog de koerstactiek. Als ik vroeger met fietsen zou gestart zijn, zou ik me waarschijnlijk comfortabeler op de fiets hebben gevoeld.” Intussen is er ook meer plaats voor vrouwen in de koers, met grotere wedstrijden en volwaardige profteams.”

“Vandaag fiets ik nog af en toe als variatie op de looptrainingen. Een fietstocht is goed voor de uithouding en het lichaam kan wat recupereren van de schokken tijdens het lopen. Dat is ideaal om blessures te voorkomen.”

(…)

Lees het volledige interview in de laatste editie van RunningBE-magazine Liever online lezen? Lees dan verder via Blendle.

 

RunningBE is verkrijgbaar in de winkel of online te bestellen via onze webshop. Je kunt RunningBE-magazine ook digitaal lezen via Blendle.nl

Like this article? Share it!

Misschien vind je deze ook interessant?