Het is een van de meest gestelde vragen onder hardlopers: ‘Wat is je VO2max?’. Dankzij sporthorloges en wearables kent vandaag bijna iedereen zijn waarde. Tegelijkertijd weten veel minder lopers welk tempo overeenstemt met hun lactaatdrempel, hoeveel weken ze het afgelopen jaar consistent trainden of hoeveel trainingsdagen verloren gingen door blessures. En daar wringt het schoentje.
VO2max is en blijft een belangrijke parameter. Een hogere waarde betekent dat je lichaam meer zuurstof kan opnemen en gebruiken tijdens inspanning. In theorie geeft dat je meer potentieel om snel te lopen. Maar het is meer dan dat. Ik vergelijk VO2max vaak met de motor van een wagen. Een grotere motor creëert meer mogelijkheden, maar bepaalt niet automatisch hoe snel de wagen rijdt. Daarbij spelen nog heel wat andere factoren een rol.
Maximum uit motor halen
Ik test regelmatig lopers met een gemiddelde tot hoge VO2max die minder snel lopen dan je zou verwachten. Niet omdat hun motor te klein is, maar omdat ze niet het maximum uit die motor halen. De oorzaak? Vaak ligt die bij een relatief lage lactaatdrempel. De motor is groot, maar ze kunnen slechts een beperkt deel van dat vermogen langdurig gebruiken. Bij andere lopers speelt loopeconomie een belangrijke rol. Ze verbruiken simpelweg meer energie om hetzelfde tempo te lopen. Ook liggen er soms blessures aan de basis: deze zorgen ervoor dat trainingsblokken voortdurend onderbroken worden.
Lees ook: Alles over de Norwegian 4×4
Als coach is de echte uitdaging om een atleet blessurevrij te houden, zijn/haar drempeltempo te verbeteren en hem/haar gedurende maanden consistent te laten trainen. Pas dan begint die grote motor zich ook te vertalen in prestaties. Toch blijft de discussie in de loopwereld rond VO2max draaien. Waarom? Het is een eenvoudig cijfer dat zich makkelijk laat vergelijken met vrienden, collega’s of leeftijdsgenoten. Daardoor krijgt een stijging van twee of drie eenheden VO2max meer aandacht dan maanden kwalitatieve trainingsarbeid.
Traningsconsistentie
Als ik één parameter aan elk sporthorloge mocht toevoegen, zou het geen nieuwe fysiologische score zijn. Ik kies voor trainingsconsistentie. Hoeveel weken heb je het afgelopen jaar volgens plan kunnen trainen? Hoeveel trainingen zijn effectief uitgevoerd? Hoeveel dagen gingen verloren door blessures? Dat zijn cijfers die meer zeggen over toekomstige prestaties dan dat ene getal op de horloge.