Ultralopen wordt almaar populairder. Dat blijkt ook uit een onderzoek van de Vrije Universiteit Brussel (VUB), waarbij een onderzoeksteam voor, tijdens en na de Legends Backyard Ultra in Kasterlee fysiologische en cognitieve data bij twaalf ultralopers verzamelde. Professor Kevin De Pauw, die de leiding heeft over het onderzoek, nam in 2023 zelf deel aan een ultraloop, Another One Bites the Dust in Bierbeek. “Voor mij is dit vooral interessant als bewegingswetenschapper: hoever kan je de limiet van een mens verleggen? Dat is dan ook een van de vragen waar we met ons onderzoek een antwoord op willen vinden.”
Het onderzoek van de VUB bestaat uit vier delen: een medisch gedeelte; een deel rond microbioom (stoelgang), nutritie en glucose; een deel fysieke en mentale vermoeidheid bij ultralopers (waaraan slaap, microslaap en blessures gelinkt worden) en een deel over de prestatie zelf en de cognitieve functies. Bij publicatie van dit artikel waren de definitieve resultaten nog niet bekend, maar professor De Pauw kon wel al een aantal voorlopige conclusies voorleggen. We bespraken die samen met Karel Sabbe. Sabbe, covermodel van de trailspecial van RunningBE in 2025, finishte de afgelopen jaren de Barkleys Marathon en zette een FKT neer op een legendarisch wandelpad in Nieuw-Zeeland.

Het medische deel
“Wil je ultralopen? Doe dan eerst een inspanningstest”
De Pauw: “Als je met ultralopen begint, moet je een bepaalde conditie hebben. Mensen die een marathon gelopen hebben en zich daar goed bij voelen, kunnen de overschakeling maken. Maar begin bij het begin. Leg eerst een inspanningstest af, zodat je zeker bent dat je cardiovasculair systeem in staat is om zo’n inspanning te leveren. Als er problemen zijn, kan je ultralopen beter vermijden.”
Sabbe: “Als je iemand bent die al zijn hele leven van de ene in de andere blessure sukkelt, zou ik er niet mee beginnen. Daarnaast is het mentale aspect heel belangrijk. Als je tussen de soep en patat beslist om eens een ultraloop te doen en je drijfveer beperkt is, zal je er niet komen en meteen op bepaalde limieten stuiten. Het vergt te veel fysieke en mentale energie.”
“Bepaalde hormonen, zoals testosteron, raken door extreem lange inspanningen in disbalans”
De Pauw: “Dit geldt ook voor bloedwaarden zoals hematocriet, hemoglobine en ijzer. Het ligt in de lijn van wat we verwachten en al zien in de beschikbare literatuur over ultralopers.”
Sabbe: “Dit lijkt me meer dan logisch. Zelf was ik op dat gebied nooit consistent, maar na de Appalachian Trail in 2018 ben ik toch eens naar de dokter geweest om mijn bloed te laten nakijken. Wat bleek: ik had te veel ijzer en te veel testosteron. Sowieso heeft een ultraloop een serieuze impact. Het zou een interessante studie zijn: wat doe je met een persoon met die bloedwaarden, terwijl je niet weet dat hij net een ultraloop heeft gedaan? (Lacht) Volgens mij stuurt men die persoon meteen naar spoed.”
Microbioom, nutritie en glucose
“Maag- en darmproblemen komen bij ultralopers heel vaak voor, wat we kunnen linken aan voeding en suiker”
De Pauw: “De logica zelve. De spieren vragen meer bloed, maar tegelijkertijd is er minder bloeddoorstro ming. Dat zorgt voor gastro-intestinale stress, wat tot maag- en darmproblemen kan leiden.” Sabbe: “Als je ultralopers na een opgave bevraagt, zullen maag- en darmproblemen de eerste oorzaak zijn. Een ultraloop is een ramp voor de maag, darmen en stoelgang. Je eet snelle suikers, omdat je op den duur in niets anders zin hebt. Alleen kan het lichaam dat niet verwerken. Zelf probeer ik mijn maag en darmen te trainen, net zoals ik me fysiek voorbereid. Het is bewezen dat dit werkt. Ik heb er twee manieren voor. Eén: nuchter lopen. Maag en darmen prikkelen om zonder energie te lopen, weliswaar zonder te overdrijven. Twee: het omgekeerde. Met een volle maag gaan lopen of zelfs tijdens de training eten.”
“Ultralopers hebben allerlei voedingsstrategieën”
De Pauw: “Denk maar aan cafeïne om op neuraal niveau actiever te worden.”
Sabbe: “Persoonlijk probeer ik het aantal op te nemen kilocalorieën per uur zo realistisch mogelijk in te schatten. Een ideaal scenario is 300 tot 350 per uur, maar voor de Barkley Marathons ging ik uit van 250. Dat was eigenlijk te weinig, maar dat is zo’n lang en complex event dat je het op den duur toch niet meer binnenkrijgt.”

Fysieke en mentale vermoeidheid
“Ultralopen is een mentaal spelletje”
De Pauw: “Je hebt een bepaalde lijn en als je daarover gaat, is het voorbij. Als ultralopers voelen dat het mentaal niet meer gaat, focussen ze zich op het fysieke. Als het fysiek niet meer gaat, focussen ze zich op iets anders. Zo duwen ze die lijn zo ver mogelijk weg. Hun mentale weerbaarheid is echt heel groot.”
Sabbe: “Het fysieke is belangrijk, maar het mentale deel is dat nog veel meer. Ik hoef niet te liegen: mijn genetische aanleg voor ultralopen is er. Maar mijn grootste kwaliteit is mijn mentale kracht. Wat er ook op mijn pad komt, het maakt mij niet uit. Ik ga gewoon door tot het einde. Ik ben automatisch geneigd om extreme uitdagingen op te zoeken, omdat het mentale aspect dan meer doorweegt dan de fysieke voorbereiding.”
“Ultralopers gaan vaak heel ver in het mentale aspect”
De Pauw: “De procentuele verhouding tussen het fysieke en mentale aspect verandert na verloop van tijd. In het begin overheerst het fysieke aspect, op het einde meer het mentale. Van 70-30 naar 30-70 dus. Ik vermoed dat het zoiets zal zijn.”
Sabbe: “Klopt, al is elk event anders. Bij de Ultra-Trail du Mont Blanc is het fysieke aspect het belangrijkst, omdat daar de afstand kort genoeg is. In een Backyard is het vanaf het 48ste uur een puur mentaal verhaal. Fysiek is iedereen nog capabel om dat rondje van 6,7 km af te draaien, maar er haken er veel om mentale redenen af. Het vloeit in elkaar over: van 80-20 naar zelfs 10-90 in een Backyard Ultra.” w
“Slaap heeft impact op je prestaties en kan tot blessures leiden”
De Pauw: “Na een ultraloop is de slaap vrij lang verstoord. Er is één tot twee weken tijd nodig om te herstellen.”
Sabbe: “Met slaap moet je vanaf een bepaald moment heel creatief omspringen. Dan heb ik het over de momenten waarop je het fysiek moeilijk hebt, bijvoorbeeld tijdens de tweede nacht van een ultraloop. Daarom geloof ik persoonlijk heel sterk in het uitsturen van signalen vanuit je onderbewustzijn naar je bewustzijn, net om je uit die benarde situatie te halen. Een klassiek voorbeeld: er rotsvast van overtuigd zijn dat opgeven de enige optie is, vervolgens een beetje slapen of iets deftigs eten en daarna beseffen dat opgeven helemaal niet nodig is. Je hersenen hebben je dus om de tuin geleid.”
“Ultralopers moeten tijdens hun prestatie zo weinig mogelijk stress en adrenaline opbouwen”
De Pauw: “Ze hebben daar ook technieken voor. Tijdens een backyard zullen ze bij elke doorkomst tegen zichzelf zeggen om welke reden ze de volgende lus afwerken: voor hun partner, voor hun kinderen, omdat ze zoveel getraind hebben, …”
Sabbe: “Deels herkenbaar, maar ik pak het veel globaler aan. Bij de start denk ik: voor wie doe ik het en hoever zal ik gaan? Op rondebasis werk ik niet. Ik vind dat dit te veel risico’s inhoudt, want in mijn vermoeidheid zal ik misschien geen reden meer kunnen vinden voor mijn volgende lus.”
Prestatie en cognitieve functies
“Bij mensen die tot het uiterste gaan, daalt de cognitieve prestatie”
De Pauw: “We stellen vast dat de informatieverwerking in bepaalde hersendelen vertraagt.”
Sabbe: “Bij mij is vooral slaaptekort de bepalende factor, meer dan fysieke vermoeidheid, al versterken beide elkaar. In de Barkley Marathons moest ik drie nachten doorgaan. Als ik dat had gedaan zonder te lopen, zou ik cognitief ook achteruitgegaan zijn. Maar nu was het natuurlijk nog erger. Als je mij op een bepaald moment had gevraagd wat vijf plus drie was, had ik tien minuten moeten naden ken. Ik wist niet eens meer om welke reden ik daar was. Ik had een IQ van 30 tot 40, denk ik. Maar vreemd genoeg wist ik om een of andere reden wel nog naar welke boeken ik op zoek was.”
“Ultralopers zijn zwaarder gebouwd dan marathonlopers”
De Pauw: “Als je zo’n afstand moet afleggen, heb je enorm veel energie nodig. Glycogeen zit in je spieren en lever. De spieren van ultralopers zijn dus heel stevig gebouwd. En hoe langer ze lopen, hoe meer vetten ze zullen gebruiken om energie te blijven leveren. Ultralopers hebben dan ook meer vetmassa. Hun lichaamsgestel is heel anders dan bij marathonlopers. Die wegen doorgaans rond de 60 kg, terwijl ultralopers richting 75 tot 80 kg gaan.”
Sabbe: “Er is een studie die zegt dat de omtrek van het bovenbeen recht evenredig is met de prestatie in het ultralopen. Daar geloof ik in. Maar ik geloof niet dat je vetreserve moet aanleggen. Als je mager aan de start van een extreme uitdaging staat, is dat niet noodzakelijk nefast voor wat je wil doen. Ikzelf ben niet fanatiek met mijn voeding bezig. Het mag geen stressfactor zijn. De gulden middenweg is de beste keuze.”
“De sportuitrusting is ontzettend belangrijk”
De Pauw: “Denk maar aan een onderbroek, waarvan de naden na verloop van tijd voor schuring zorgen. Wat stellen we vast? Ultralopers dragen geen onderbroeken. De winnaar van de vorige backyard, een Hongaar, had in het begin zelfs een rok en droeg zijn T-shirt binnenstebuiten om wrijvingswonden te vermijden. Daarnaast veranderen ze om de zoveel tijd van kleding en schoenen. Elke schoen heeft een bepaalde zool, die telkens een ander effect op de lichaamsdelen heeft.”
Sabbe: “Het grote voordeel is dat ultralopen een erg toegankelijke sport is. Je hebt alleen kleding, schoenen en eventueel een rugzakje nodig. Voor mij persoonlijk is vooral het comfort van de voeten belangrijk. Ik moet elke twee, drie uur van sokken wisselen, anders worden die te vochtig en krijg ik blaren. Voor de andere lichaamsdelen is er geen probleem.”
“Geen bewijs dat ultralopen ongezond is”
De Pauw: “Lopen is goed voor de botdensiteit. Dat is ook de reden waarom profwielrenners lopen, want fietsen is geen lichaamsdragende activiteit. Als coureurs vallen, breken ze makkelijker iets. Als ze een gewicht dragen, bij het lopen dus, oefenen ze een positief effect op hun bot densiteit uit. We mogen lopen zeker aanraden: Hardlopen met Evy als je nog geen ervaring hebt, maar ultralopen kan ook perfect. Voorlopig is het niet aangetoond dat het op langere termijn nadelig is voor het lichaam. Integendeel, ultralopers hebben een extreem sterk lichaam: hun fysieke gestel, hun sporthart, hun grotere bloedvolume, … En ze zijn het gewend om heel lang aan een lage hartslag te sporten. Dat is zeker niet ongezond. De richtlijn om het gezond te houden, is wel om het bij twee ultralopen per jaar te houden.”
Sabbe: “Persoonlijk geloof ik niet dat ultralopen ongezond is. Je rustperiodes respecteren en respect voor je lichaam hebben, dat vind ik het belangrijkste. En luisteren naar je lichaam! Zelf had ik nog nooit een blessure, wat een teken is dat het zo ongezond niet kan zijn.”
“Ultralopers willen te weten komen tot waar ze hun lichaam kunnen pushen en of ze hun limieten kunnen verleggen”
De Pauw: “Vroeger waren mensen al heel tevreden als ze één of twee keer de Mont Ventoux konden beklimmen. Nu moet je die al tien keer omhoog fietsen eer je tevreden bent. Dat is in ultralopen ook zo. Tijdens de Backyard in Kasterlee zagen we veel meer mensen die geïnteresseerd waren om hun eigen limieten te verleggen.”
Sabbe: “Het is tegenwoordig allemaal wat spectaculair der en socialer geworden om een sportieve prestatie te delen. Maar voor mij persoonlijk is het geen drijfveer. Ik ben nu kort door de bocht, maar we worden momenteel in slaap gewiegd door de maatschappij waarin we leven. We hebben alles wat we moeten hebben en eigenlijk nog veel meer. Ik vind het verfrissend om mezelf af en toe in een situatie te brengen waarin ik mijn limieten kan opzoeken en een overlevingsreactie in mezelf uitlok. Hoe sterk ben ik als persoon? Vooral dat vind ik interessant.”
Lees ook: Even eenvoudig als onwaarschijnlijk: dit moet je weten over een Backyard Ultra – RunningBE