Suomalainen juoksija Paavo Nurmi tuomassa olympiatulta Olympiastadionin maratonportista Helsingin olympialaisten avajaisissa 19. heinäkuuta 1952. ... Paavo Nurmi running to the Helsinki Olympic Stadion carrying the Olympic Flame on July 19, 1952. LEHTIKUVA

Paavo Nurmi: de Vliegende Fin die het lopen herprogrammeerde

Kijk je vandaag naar je sporthorloge om je tempo bij te sturen, dan doe je in essentie wat de Finse atleet Paavo Nurmi een eeuw geleden als eerste deed: lopen op basis van data. Voordien was hardlopen een kwestie van instinct en lef. Nurmi maakte er een berekening van en veranderde de sport voorgoed.

Parijs, juli 1924. Halverwege de 5000 meter doet Paavo Nurmi iets wat hij nooit eerder gedaan heeft: hij gooit z’n chronometer in het gras van de piste. Zijn concurrenten zijn verschroeiend gestart. Ze hopen dat Nurmi murw gelopen is na zijn olympische titel op de 1500 meter, minder dan een uur eerder.

Nurmi beseft dat hij niet tegen de klok loopt, maar tegen mensen van vlees en bloed. En dus vliegt de chronometer. Hij wint alsnog, in de sprint. Het zegt veel dat net dit moment uitgroeit tot de anekdote die het vaakst over hem de ronde doet. Want zonder die stopwatch was Nurmi nooit de ‘Vliegende Fin’ geworden.

Uiteindelijk behaalt hij in Parijs vijf gouden medailles, maar toch keert hij gefrustreerd huiswaarts. De Finse officials hebben hem uit de 10.000 meter gehouden, zijn favoriete nummer. Uit woede loopt hij bij terugkeer een wereldrecord dat ruim twaalf jaar standhoudt.

Karren duwen

Nurmi groeit op in armoede in Turku, als oudste van vijf kinderen. Wanneer zijn vader sterft, ruilt hij op zijn twaalfde de school in voor een baan bij de bakker. Hij duwt zware karren door de steile straten en kweekt zo benen van staal. Wanneer hij in 1908 zijn landgenoot Hannes Kolehmainen de olympische marathon ziet winnen, koopt hij zijn eerste loopschoenen. Op z’n elfde loopt hij al 1500 meter in 5:02.

Het is het begin van een levenslange obsessie met vooruitgang. Hij traint, anders dan zijn generatiegenoten, het hele jaar door: boslopen in de zomer, langlaufen ’s winters. In het leger holt hij achter treinen aan om z’n passen te verlengen — op kruissnelheid haalt hij 2,5 meter met één pas. Hij doet ook al aan intervaltraining voordat die term bestaat, met name door als een van de eersten dagelijkse lange wandelingen en loopsessies te kruiden met intense sprints.

Lees het volledige artikel in het septembernummer van RunningBE of lees het magazine online via Blendle

Like this article? Share it!

Misschien vind je deze ook interessant?