“Ik vergelijk ons brein graag met een jungle”, begint Elke Geraerts haar betoog. “In een jungle heb je grote, makkelijke paden, die we vaak nemen op de automatische piloot. Daarnaast heb je smalle paden die al wat meer moeite kosten. Hak je een nieuw pad uit in de jungle, dan kom je trager vooruit. Dat kost tijd en energie. Hetzelfde geldt voor het aanleren van nieuwe gewoontes. Je vraagt aan je brein om een nieuw pad uit te hakken.”
Veerkracht
Elke Geraerts richtte tien jaar geleden Better Minds at Work op, waarmee ze bedrijven helpt om hun medewerkersmeer veerkracht te geven en te kiezen voor een gezonder leven. “Ons brein werkt op twee manieren. Er is het eerste, snelle systeem dat we onbewust gebruiken voor alledaagse dingen. Dit systeem is niet foutloos, maar gebruiken we 90% van onze tijd. Het tweede, tragere systeem schakelen we bewust in als we een focus nodig hebben of als we problemen willen oplossen. Dit systeem maakt minder fouten, maar benutten we slechts 10% van onze tijd. Ons brein blijft liever in de comfortzone hangen dan in de stretchzone. Zeker op stressvolle momenten zijn we geneigd om terug te grijpen naar de makkelijke, vertrouwde paden.”
Wil dit zeggen dat we goede voornemens beter achterwege kunnen laten tijdens een stressvolle periode? “De slaagkans is inderdaad kleiner. Er wordt al veel mentale ruimte gebruikt door de stress. Je houdt minder wilskracht over om een nieuw dieet of een nieuwe sportgewoonte vol te houden. Anderzijds moet je die stress wel kwijtraken. Bewegen helpt om stresshormonen, zoals cortisol en adrenaline, uit je lichaam te verwijderen. Lopen is dan een juiste reflex. Maar een compleet nieuw loopregime starten wanneer je veel stress hebt, zal moeilijker gaan. Kan je nog maar 5 km lopen en ga je voor een halve marathon, dan is dat een echte ‘stretch’. Lastiger, maar niet onmogelijk.”

Aanleg en opvoeding
Het duurt even voor een nieuwe gewoonte ingebakken zit. “Na een viertal weken zal je merken dat het makkelijker wordt. Na twee of drie maanden begin je echt resultaat te zien, wat fijn is en waardoor je vanzelf minder wilskracht nodig hebt. Nieuwe, grote paden in de jungle slijten pas uit door ze regelmatig te bewandelen. Herhaal je nieuwe routine regelmatig. Het is echt een kwestie van die eerste weken doorbijten.”
Toch lijkt het dat niet iedereen even makkelijk doorzet. Misschien beloofde je samen met een vriend of vriendin elke dag buikspieroefeningen te doen. Jouw yogamatje ligt alweer stof te vangen, terwijl je maatje intussen een fitnessabonnement heeft aangeschaft. “Uiteraard speelt fysiek een rol. Het ene lichaam is sterker dan het andere. Wilskracht heeft ook met aanleg te maken. Opvoeding speelt eveneens een grote rol. Als je als kind altijd van je ouders te horen kreeg dat je sterk moest zijn, dat je moest volhouden, dan wordt dat een drijfveer in je leven. Je zal dan ook als volwassene makkelijker nieuwe gewoontes of een nieuwe sport volhouden.”
Lees ook: Alles wat je moet weten over Dry January, een van de meest populaire goede voornemens
Kleine stapjes
Een goede raad die Elke meegeeft, is om je goede voornemens op te delen in subdoelen. “Mensen zijn heel erg geneigd om meteen naar een doel te springen. Op 2 januari lopen de parken vol met joggers. Op 20 januari is er al een stuk minder volk. Wie een halve marathon in het voorjaar als doel stelt en bij de eerste training merkt dat het al vanaf kilometer twee lastig wordt, geeft sneller op. Je moet afleren om te willen springen naar een ver doel. Werk stapje voor stapje. Stel: je hebt nooit gesport en je wil 15 km kunnen lopen. Deel dat op in verschillende fases. Werk de eerste maand naar een kwartier vlot lopen. Tweede stap: 5 km lopen. Derde stap: 10 km. En vier elke stap die gelukt is! Dat geeft telkens een boost. Anders lijkt het alsof de vlag die je hebt neergezet op een grote berg staat waarop je nooit aan zult komen. Logisch dat je brein het dan wil opgeven. Je mag je ijskast nog zo volhangen met oppeppende post-its, dat zal niet helpen. Leren hoe je brein werkt en het manipuleren is de basis.”
Op welke manieren je de tussentijdse successen viert, kies je zelf. “Ik ben al enkele keren aan de slag gegaan met het Hardlopen met Evy-schema van Evy Gruyaert. Ik merkte dat ik elke keer opgaf na 3 km. Het derde seizoen dat ik het nog een kans gaf, kocht ik een mooie loopoutfit. Ik hing die in mijn kast met de belofte dat ik die pas mocht aantrekken als ik 4 km kon lopen. Het was een trigger om het vol te houden.”
Lees ook: Zo maak je jouw loopvoornemens waar en deze loopwedstrijden helpen je daarbij
Ook op latere leeftijd
Wilskracht. Het woord viel al enkele keren. Hoe kan je dat aanscherpen? “Vroeger dachten wetenschappers dat wilskracht werkte als een spier die vermoeid kan raken. Als je op het einde van de dag al veel energie kwijt was, dan was je wilskrachtspier ‘op’. Maar recente wetenschappelijke studies wijzen uit dat slechts één variabele bepalend is en dat is of je gelóóft dat je wilskracht hebt.
‘Ik kan die zak chips weerstaan.’ ‘Ik heb het karakter om in de regen te gaan lopen.’ Als je zo redeneert, heb je meer slaagkans dan mensen die van zichzelf denken: ‘Ik geef toch altijd op.’ Zelfspraak helpt ontzettend als je het niet meer ziet zitten. Wie het lastig krijgt en denkt ‘Ik kan het wel, ik heb wilskracht’, ondervindt minder moeite om het vol te houden.” Dat het op jongere leeftijd makkelijker is om een nieuwe gewoonte aan te leren, wil Elke Geraerts weerleggen. “Veertigers leren moeilijker een nieuwe taal, dat klopt. Dat komt doordat ze geen routine meer hebben om te studeren. Een jong hoofd zit ook minder vol. Een brein is toch wel soepel tot hoge leeftijd. Je kan op elke leeftijd nieuwe gewoontes aanleren. Meestal heeft het met de juiste mindset te maken. Mensen die wat ouder zijn, geloven simpelweg niet dat ze nog kunnen veranderen. Maar het kan wél. Ik ken genoeg zestigers die lang niet gesport hebben en nu trainen voor een marathon. De kinderen zijn het huis uit en de vrijgekomen tijd investeren ze in beweging. Met iets nieuws beginnen kan net zo goed als je 20 of als je 70 bent.”