“De laatste jaren zijn marathons de nieuwe festivals. Voor de marathon van Londen waren er dit jaar 1,1 miljoen (!) inschrijvingen, voor ongeveer zestigduizend startplekken. Volgend jaar wordt voor de eerste keer ooit het marathonweekend in de Britse hoofdstad zelfs over twee dagen verspreid.
Lopers komen vanuit alle hoeken van de wereld om iconische stadsmarathons te lopen, en er ontstond zowaar een nieuwe vorm van reizen: marathontoerisme.
Ook jongeren vinden massaal de weg naar sportieve uitdagingen, met focus op gezondheid, uitdagingen en community-gevoel. Dat is een goeie zaak, want volgens onderzoek bewegen we in ons land veel te weinig. Maar een trend die begon met een goede insteek, is ondertussen weer gebombardeerd tot een lucratief verdienmodel.
Met inschrijvingskost, hotel en transport kost een weekendje marathonlopen in Barcelona je al gauw minstens vijfhonderd euro. We pronken met de medaille aan de Sagrada Família, klaar voor een namiddagje tapas y cervezas alvorens de laatavondvlucht naar Brussel te nemen, nét op tijd om nog een zestal uurtjes te slapen voor de werkweek weer begint.
Lees ook: Michael Somers schrijft een boek
Ik ben een grote fan van de verbindende kracht van sport: mensen samen laten bewegen, een ode aan de kracht van ons lichaam en onze geest. Maar die missie lijkt soms ver zoek. Terwijl we aan het lopen gingen om even weg te zijn van de ratrace, sluipt nu ook in deze wereld de bewijsdrang de kop op. Elk jaar moeten we op een exotische plek een marathon lopen, we moeten sneller, én het moet op Strava staan, want anders is het niet gebeurd.
De kracht van lopen zit ‘m in de laagdrempeligheid. Iedereen die een paar schoenen kan betalen, kan zichzelf uitdagen en zich amuseren met anderen. Grote internationale stadsmarathons zijn heel veel, maar laagdrempelig zijn ze niet. Daarmee laten we een groot deel van de lopers achter, en dat is jammer.

En laat ons even eerlijk zijn: we zijn vrij om te gaan en staan waar we willen, maar cityhoppen – voor 48u in een stad zijn waar je nauwelijks meer ziet dan de binnenkant van je hotelkamer en straten vol marathonlopers – is niet de beste manier om onze sport klaar te maken voor de toekomst.
En dat terwijl er elk jaar meer en meer alternatieven dicht bij huis zijn. Ook in België krijgen we steeds meer stadsmarathons: in april organiseerde Leuven zijn eerste editie en Charleroi was aan zijn derde toe. Eind dit jaar krijgt ook Genk een eigen marathon.
Ook ik reisde tijdens mijn carrière naar Sevilla en Berlijn om het snelste parcours op te zoeken. Maar de fijnste herinneringen heb ik aan de wedstrijden dicht bij huis. Waar familie en vrienden massaal langs de kant stonden om me aan te moedigen, en dat we achteraf met z’n allen iets konden drinken.
En dan zijn er ook nog de kleine, lokale organisaties. De plaatselijke atletiekclub die een jogging organiseert, die misschien niet perfect afgemeten is, en geen perfect asfalt, maar waar de passie en charme vanaf spat. Een persoonlijk record zit er misschien niet in, maar de sfeer des te meer. En zo kan de sport blijven gaan over wat echt belangrijk is, én tegelijk klaar zijn voor de toekomst.”
Bestel het septembernummer van RunningBE of lees het magazine online via Blendle
