School je partner om tot een (sport)massagekanon

Twee knedende handen geven elke loper een duwtje in de rug. Zeker als het de handen van je partner zijn. Met deze praktische tips tover je je vriend(in) om tot je persoonlijke massagetherapeut.

Bij het woord ‘sportmassage’ doemen er al snel visioenen op van profvoetballers of topcoureurs op de massagetafel. Maar ook de recreatieve jogger kan er zijn voordeel mee doen, zegt massagetherapeut Pascal Smeyers van de Limburgse groepspraktijk Aravinda: “Een goede massage verbetert de toevoer van zuurstof en voedingsstoffen naar de spieren en helpt zo blessures te voorkomen. Daarnaast verdwijnen afvalstoffen sneller, waardoor je spieren beter werken.”

Een sportmassage is steviger dan een gewone massage en ook doelgerichter: de focus ligt vaak op specifieke pijntjes of stijfheid. Door deze krachtige techniek stimuleer je de bloedsomloop.

Tip: masseer altijd in de richting van het hart. Dan voer je de afvalstoffen het best af. Als jouw partner je benen masseert, moet hij of zij dus naar boven toe masseren. Zeker bij lopers is het niet de bedoeling dat de afvalstoffen naar de voeten gaan.

Spieren losmaken

Een ‘deftige’ massage neemt snel een uurtje in beslag, waarvan dertig minuten voor de benen. Je partner kan putten uit een heel arsenaal technieken om jou te masseren: kneden, kloppen, hakken, schudden, … Pascal: “Kneden werkt uitstekend om je spieren los te maken, zeker als je beide handen gebruikt. Bij het kloppen maak je een bolle hand en plof je die op de huid – de ideale techniek om je spieren op te warmen. Hakken doe je met de zijkant van je handpalm, met je ene hand naast de andere. En door je kuiten te schudden, kan je ze losmaken.” Dan zijn er nog specifiekere massagetechnieken zoals draineren, waarbij je op de lymfeknopen werkt. Maar dat vergt al meer kennis en laat je maar beter over aan een professional.

Tip: tijdens de massage kan je lief een vaste volgorde respecteren. Meestal begint hij/zij onderaan bij je kuiten en werkt hij/zij daarna naar boven toe. Ook een schouder- en rugmassage gaat van onder naar boven, al kan je lief ook zijdelings werken om iets ‘los te maken’. De neerwaartse handeling moet qua druk lichter zijn dan de opwaartse handeling (naar het hart).

Blessures

Masseren is dus meer dan gewoon wat duwen en kneden. Je moet weten hoe je je handen moet zetten, in welke richting je mag wrijven, hoeveel druk je mag uitoefenen, … Kan je vriend(in) jou ook in de lappenmand helpen door té uitbundig te masseren? Pascal stelt ons gerust: “Met technieken zoals kneden kan je in principe weinig fout doen. Wel is de timing van de massage dikwijls verkeerd. Vóór het lopen verdient je lichaam een ander soort massage dan erna. Pakt jouw masseur de opwarming te stevig aan, dan voeren je spieren afvalstoffen af nog voor je begint te lopen. Gevolg: je bent al stijf voor het vertrek en presteert minder goed.”

In grote lijnen komt het hierop neer: bij een opwarming moet je partner wat zachter te werk gaan. Hij of zij legt dan beter meer snelheid in de bewegingen, met minder druk. Vlugge, oppervlakkige strijkbewegingen zijn ideaal om je spieren op te warmen en soepel te maken. Na de inspanning moet je de verzuring in je spieren aanpakken. Tijdens de loopinspanning maken je spierweefsels melkzuur aan en die afvalstoffen moeten uit je lichaam. Je privémasseur duwt de ophopingen uit je pijnlijke spieren door te kneden in de richting van het hart. Het melkzuur voelt een beetje als een oneffenheid in de spier.

Tip: vraag je liefste om alert te zijn, want in zeldzame gevallen gaat het om een bloedklonter in plaats van een onschuldige ophoping. Er is één gouden regel als je op een spier duwt. Pascal: “Voel je het kloppen, dan moet je stoppen.” Anders druk je op de aders en voel je de hartslag erdoorheen.

Dit artikel verscheen in een eerdere uitgave van RunningBE magazine.

Like this article? Share it!

Misschien vind je deze ook interessant?